Wie faciliteert de transitie naar de anderhalvemetercultuur? 


‘Vanaf 1 juli vervalt het maximale aantal bezoekers voor binnen- en buitenevenementen’, zegt onze Minister-President Mark Rutte op woensdag 24 juni. Najib Amhali bereidt zich voor op een optreden van 1000 man in de Brabanthallen en de Tuin van 2020 belooft concerten tijdens deze zomer, maar wel zittend, op 1,5 meter afstand.  

 

We mogen met zijn allen weer, maar wel met de 1,5 meter regel als gegeven. Het klinkt heel mooi, maar voor de cultuur zijn de problemen dan nog lang niet weg. Theaters en poppodia komen met deze regelgeving niet boven de 25% bezetting uit. Dat is simpelweg niet rendabel! Kijk maar naar het rekenvoorbeeld van Rotown, waar kaartjes voor een show €110,- zouden moeten zijn. Voor buitenevenementen is het denkbaar dat er varianten zijn waar op zijn minst de kosten gedekt worden. Maar waar is de beleving als je met 500 mensen op een stoeltje in een grasveld zit?

 

Het probleem in de cultuur is dus tweeledig. Ten eerste vrezen de bestaande cultuurinstellingen voor hun voortbestaan en met hun natuurlijk vele opdrachtnemers in de cultuursector, omdat hoge kosten doorlopen. Ten tweede heeft het cultuuraanbod wat er wél is een probleem. Het weet maar een hele klein afzetmarkt te bereiken en door de 1,5 meter regel levert het in op kwaliteit van beleving. 

Voor het voortbestaan van de culturele instellingen hebben wij helaas geen oplossing. Waar wij wel een voorstel voor hebben is een methode om wat meer bedrijvigheid terug te krijgen in de cultuursector. Een tijdelijke crisis vraagt om een tijdelijke oplossing. Maar om de lasten zo veel mogelijk te spreiden wil je het wiel niet telkens opnieuw uitvinden. En dat is waar ons concept, de Social Distancing Club, als oplossing om de hoek komt kijken.


Eigenlijk zou elke stad met een theater en een poppodium een tijdelijke 1,5 meter cultuurlocatie moeten krijgen. Hier kunnen vervolgens vele culturele partijen hun programmering kwijt, van dansvoorstellingen tot popconcerten. Met ons concept van de Social Distancing Club kun je meer dan 600 mensen kwijt op een oppervlakte van 50 bij 50 meter. En dat is niet het enige voordeel. Het grootste voordeel wordt behaald door de constructie met de balkons. 


De balkons zorgen ervoor dat crowdmanagement in één keer geregeld is. Door simpelweg te bedienen op de balkons hoeven bezoekers alleen hun balkon te verlaten bij aankomst, vertrek en een toiletbezoek. Daarnaast krijgt het publiek op hun balkons alle vrijheid. Willen ze zitten, staan of zelfs dansen? Het kan en mag allemaal op hun eigen drie vierkante meter. Wij bieden veiligheid en controle in één oplossing. Dat laatste is belangrijk, laat ook de conclusie van het ‘grote corona onderzoek’ van Dennis Doeland zien.  Hij vroeg festivalgangers naar hun idee van een festival in corona tijden, daarbij gaf meer dan 70% aan dat het naleven van ‘social distancing’ een verandwoordelijkheid van de organisatie is, niet de bezoeker. 


Vervolgens krijg je door de arena-achtige opstelling ook nog eens deze beleving! Het beeld spreekt al voor zich. Hier ontstaat de soort ervaring die wij graag aanbieden. Sterker nog, eigenlijk combineert deze opstelling de pluspunten van een aantal cultuur typologieën met elkaar. Je krijgt de ruimte van een festival, het gemak van een terras, de focus van een theater, de vrijheid van een poppodium en het groepsgevoel van een stadion! 


Dit voelt weer als het geven van een show! 

Nou kleeft er nogal een nadeel aan dit idee. Het is echt een fikse investering. In zekerder tijden durfden partijen hier nog over na te denken, maar met de wispelturige regelgeving is dat niet langer het geval. We hebben het voorstel neergelegd bij MOJO, Tribe, gemeente Delft en De Feestfabriek. Naast dat we altijd veel enthousiasme terugkrijgen voor het idee, komt naar voren dat ze het risico gewoon niet durven te nemen. 

 

Maar, het lijkt erop dat we nu op een punt zijn aangekomen waar meer stabiliteit ontstaat. Daar staat tegenover dat partijen die het al lastig hebben natuurlijk niet staan te springen om een investering te doen. Dus wiens taak is het dan om te faciliteren dat cultuur toch weer mogelijk wordt? Wie is de partij die in een dergelijke crisis zorgt dat het cultuuraanbod divers en toegankelijk blijft? Dat is natuurlijk bij uitstek een overheidstaak.  

 

In dit geval zou de vraag aan de overheid niet eens zijn om geld bij te leggen, maar om garant te staan voor het risico. Als een dergelijke constructie mogelijk zou zijn, dan zouden we in Nederland binnen de kortste keren enkele tientallen tijdelijke coronaproof cultuurlocaties kunnen realiseren. En dat is hard nodig, voordat de reserves opraken en de show voor altijd tot zijn einde komt. 


Benieuwd naar meer inhoudelijke informatie? Neem contact met ons op.